Posts

In de metro

In de metro naar het centrum telde ik de knopen van mijn halfopen hemd.
Neonflitsen verlichtten mijn lederen, donkerbruine boots
terwijl bovengronds de nacht weer viel.
Ik wachtte, maar de enige liefkozingen die ik kreeg, kwamen
van medereizigers die tegen me aan schuurden.

Wildvreemd kijken en bekeken worden in de stad.
Jonge raven kropen in mijn kleren en bleken moeilijk uitwasbaar
toen ik op zondagmorgen de eerste bus terugnam,
het verschil niet meer wist tussen wat ik had en wou.

Vele jaren nadien weet ik niet wat te denken.
Was ik gelukkig? Daar zou ik veel voor over hebben,
om exact te weten hoe vatbaar ik voor geluk was.








gepubliceerd op ‘Het Gezeefde Gedicht’, februari 2020

New Baltimore

dagelijks zogen we onze longen vol stof
al werkend hielden we ons in
we waren niet wie we waren
ergens in New Baltimore

schaken gaf ons een route om te ontsnappen
aan de routine waarop we dreven

en om vier uur ’s nachts naar de NBA kijken
waarmee we onze verloren jaren trachten te compenseren









gepubliceerd op ‘De schaal van Digther’, februari 2020

Lavapiés

Diep in de nacht lopen we rond
over straten, stegen, pleinen
hangen we onze duizend levens aan de wilgen
wat we nooit zullen vinden, zoeken we in achterafdiscotheken

nu zijn we hier en dwarrelende vlokjes goud trekken voorbij aan onze slaap
onmogelijk terug te keren, verdergaan ook
de dageraad katapulteert ons
naar waar we niet willen zijn

Onze hartenklop baart wachten, jarenlang, op een glorende zon
vanaf vandaag enkel nog uur per uur
indien mogelijk.








gepubliceerd op ‘De schaal van Digther’, februari 2020

Ik rantsoeneer je

Ik rantsoeneer je
met blikken porties, pootvast,
en één enkele reep gebalsemde twijfel

Ik verwijder onze scheringdraden
en weef met een boogje om ons heen
met wanhopige inslag drukken we ons tegen elkaar aan

Het houdt niet maar het geeft niet
Je gaat prat op je honger
afhechten is geen optie, de enige








gepubliceerd op ‘De schaal van Digther’, februari 2020